pre order september 2018

Efteling Miniaturen Huis Van Repelsteeltje

Vorige Artikel 7 van 52 Volgende
€ 54,95 € 41,50 (inclusief 21% BTW)
Aantal

"Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet".

 

Productinformatie: Lengte: 20 cm, Breedte: 16 cm, Hoogte: 15 cm

 

Repelsteeltje

Er was eens een arme molenaar. Zijn vrouw was gestorven, maar hij had wel een lieve dochter. Zij was heel handig met haar spinnewiel. De molenaar zei wel eens: ‘Jij zou uit stro nog wel goud kunnen spinnen!’

Op een dag kreeg de molenaar te horen dat de koning een lieve vrouw zocht om mee te trouwen. Die dag kwam hij door hun dorp op zoek naar een geschikte koningin. Snel ging de molenaar met zijn dochter naar het dorpsplein. Toen de koets voorbij kwam, riep de molenaar: ‘Majesteit! Kijk naar mijn dochter! Is ze niet prachtig?’ De koning liet de optocht stoppen. ‘U heeft inderdaad een knappe dochter, molenaar’, lachte de koning. ‘Kan ze nog iets speciaals?’ De molenaar wist het even niet en flapte eruit: ‘Mijn dochter kan van stro goud spinnen!’ De koning keek verbaasd. ‘Kom morgen naar mijn paleis. Dat wil ik zien!

De volgende dag ging het meisje met knikkende knieën naar het paleis van de koning. Haar vader had maar wat gezegd. Wie kon er nu goud uit stro spinnen? Ze werd direct naar een kamertje gebracht waar een spinnewiel en een strobaal stonden. De koning sprak haar streng toe: ‘Je hebt tot morgenochtend de tijd om van dat stro echt goud te spinnen. Lukt je dat niet, dan zul je voor altijd opgesloten blijven.’ Het meisje was radeloos en begon heel hard te huilen. Plotseling hoorde ze een geluidje.. Kkrr…In de hoek van de kamer ging een klein verborgen deurtje open waar een klein vreemd mannetje uitkwam. ‘Meisje, waarom huil je zo?‘ ‘Ik moet van de koning goud spinnen van stro. Maar dat kan ik helemaal niet!’ Het rare mannetje keek haar aan. ‘Ik kan het wel.’ ‘Ik geef je mijn halsketting als het je voor zonsopgang lukt’, zei de molenaarsdochter.

Het kleine kereltje ging meteen aan het werk. In een razend tempo spon hij al het stro tot strengen gouddraad. Op het moment dat de eerste zonnestralen de kamer binnenvielen, was het mannetje verdwenen. Toen de koning binnenkwam, viel zijn mond open van verbazing. Maar in plaats van blij te zijn, bracht hij het meisje naar een grotere ruimte met nog meer stro. ‘Voor zonsopgang moet je hiervan goud gesponnen hebben, want anders…’ Ook dit keer kwam het kleine mannetje weer door een geheim deurtje. ‘Geef me nog iets naar mijn zin, als ik dit goud weer voor je spin.’ ‘Ik geef je mijn ring’, zei het meisje, en het mannetje ging aan het werk. Het stro vloog door zijn handen. Nog net voordat het dag werd, verdween het kereltje en kwam de koning binnen.

De koning was bijna tevreden. ‘Nog een keer moet je voor mij spinnen. Daarna trouwen we.’ Het meisje werd naar een kamer gebracht die zo groot was als een balzaal. Overal waar je kon kijken, lag stro. Maar weer verscheen het mannetje. ‘Ik heb geen sieraden meer’, zei het meisje. ‘Maar wil je me alsjeblieft nog één keer helpen? Als je nog één keer goud voor me spint, word ik koningin.’ Het mannetje dacht na. ‘Ik spin het goud. In ruil wil ik jouw eerste kindje.’ ‘Goed’, zei het meisje, want ze dacht nog helemaal niet aan kinderen. Vliegensvlug verwerkte het mannetje al het stro en voordat de zon opkwam, lagen er ontelbare strengen gouddraad. Vlak voordat hij verdween, zei hij: ‘Over ongeveer een jaar ontmoeten wij elkaar. Dan haal ik als de wind het jonge koningskind.’ En weg was hij.

Een maand later was het groot feest in het koninklijk paleis. De koning trouwde met de molenaarsdochter. Er was nog geen jaar voorbij toen de koningin een babyprinsje kreeg. De koningin was erg gelukkig, maar op een dag stond het rare mannetje voor haar: ‘Ik kom mijn beloning halen. Je zult mij nu moeten betalen.’ ‘Nee,’ zei de koningin, ‘ik ben nu rijk, kies iets anders. Wat je maar wilt.’ Maar het mannetje zei: ‘Je weet wel wat ik hebben moet. Je eerste kind van koningsbloed!’ De koningin begon hevig te huilen en het mannetje besloot haar een kans te geven. ‘Als je binnen drie dagen weet hoe ik heet, mag je je kindje houden.’ De volgende dag noemde de koningin alle namen die ze kende. Maar de goede naam zat er niet bij. Snel liet ze alle namen verzamelen uit haar koninkrijk. Op de tweede dag kwam het kereltje weer langs. De koningin noemde alle namen uit het hele land. Maar de juiste had ze niet gevonden. Het mannetje juichte: ‘De goede naam zat er niet bij. Het koningskind dat is van mij, zodra ik morgen hier binnentreed en u nóg niet weet hoe ik heet!’ En weg was ie weer.

Bijna de hele nacht lag de koningin wakker van verdriet. Het was al bijna ochtend toen er een dienaar het paleis kwam binnen rennen. ‘Koningin, Majesteit! Ik breng u goed nieuws! Stiekem ben ik dat nare mannetje gevolgd. Tot diep in het bos, waar hij danste en zong: ‘Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet!’

Toen het mannetje weer verscheen sprak de koningin: ‘Heet je soms Piet, of Jan? Nee, ik weet het, je heet Repelsteeltje.’ De ogen van het ventje spuwden vuur. ‘Hoe weet jij dat?’ Van kwaadheid vertrok hij zo snel hij kon uit het paleis. Op zijn kleine beentjes liep hij net zo lang tot hij niet meer boos was. Dat was vast heel ver, want niemand heeft Repelsteeltje ooit nog teruggezien.

© 2012 - 2018 bibbi4you | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel
Deze website maakt gebruik van cookies. Accepteren Meer informatie